Woningmarkt in Utrecht op de schop

Er moeten meer woningen komen en de wijken moeten gevarieerder worden: het is een langgekoesterde wens van de stad. Zeker in een stad als Utrecht – waarin de woningmarkt oververhit is en de druk alleen maar toeneemt – moeten keuzes worden gemaakt voor de toekomst. In een unieke samenwerking probeert de gemeente samen met woningcorporaties én beleggers in de stad de woningmarkt in balans te brengen. Maar wat betekenen de plannen en hoe wil Utrecht dit voor elkaar boksen?

Er is krapte op de woningmarkt in Utrecht: de wachtlijsten voor sociale huurwoningen zijn lang, starters komen maar moeilijk aan een woning en de verkoopprijzen van woningen zijn torenhoog. Bovendien groeit Utrecht naar verwachting van 350.000 naar 450.000 inwoners in 2040. Er is daarom behoefte aan maatregelen. Met een woonvisie ‘Utrecht beter in Balans’ en een stadsakkoord moet de woningmarkt de komende jaren flink worden aangepakt.
Meer en sneller
De kern van de nieuwe visie is meer en sneller woningen bouwen. Wijken moeten daarnaast meer gemengd worden door een gevarieerd aanbod. Dat wil zeggen dat er geen wijken meer moeten zijn met een overschot aan bijvoorbeeld sociale huurwoningen. Er zijn wijken waar het merendeel bestaat uit sociale huurwoningen, maar er zijn ook wijken waar vooral duurdere koopwoningen staan.
In Overvecht is er door woningcorporatie Mitros en ontwikkelaar BPD al een voorschot genomen op de plannen. Hier verdwijnen in 2021 aan de Vader Rijndreef, Camera Obscuradreef en de directe omgeving 80 sociale huurwoningen en komen 140 huur- en koopwoningen voor terug. De sociale huurwoningen komen vervolgens op andere plekken in de stad terug. Op deze manier moet de verdeling van verschillende woningtypes in verschillende wijken verbeteren. Een ruilproject.
Een andere bijzondere maatregel in de plannen is het behouden van 75 procent van de inschrijftijd na het accepteren van een sociale huurwoning. Momenteel is een huurder met een nieuwe woning 100 procent van de inschrijftijd kwijt. Verhuizen betekent dan weer achteraan sluiten in de rij. Bij het behouden van 75% van de inschrijftijd zou de doorstroming op gang worden gebracht. Ook moet er meer gebruik worden gemaakt van loting. Dat biedt namelijk kansen voor zoekenden die nog niet veel inschrijftijd hebben en niet urgent genoeg zijn, maar wel een woning willen.
In beweging
Kees Diepeveen, wethouder wonen in Utrecht, zegt: “We zien dat er naast de behoefte aan meer starterswoningen vooral een tekort is aan woningen voor de middeninkomens. Het is dan ook van belang om betaalbare woningen toe te voegen. In 2040 willen we dat 35 procent van de woningen sociale huur is en 25 procent middenhuur en goedkope en betaalbare koop.”
De aanpak van de gemeente Utrecht is anders dan voorheen. De groei van de stad biedt kansen om het aanbod in de verschillende wijken bij te sturen. Zelf noemt het stadsbestuur de hoge bouwproductie een van de belangrijkste instrumenten om verandering in gang te zetten. De gemeente wil corporaties en andere partners bewegen naar de gewenste samenstelling van woningen in de stad. “We sluiten hierbij geen enkel instrument uit”, is de gemeente stellig.
Stadsakkoord
Maar de gemeente bouwt zelf geen woningen. Dus hoe probeert de gemeente dan toch bij te sturen? Door prestatieafspraken te maken met partners – beleggers en woningcorporaties – en vast te leggen in het Stadsakkoord Wonen. Daarin staat hoe en met wie er de juiste woningen kunnen worden gebouwd.
De afspraken met de partners gaan over langdurige hoge woningbouwproductie, een inhaalslag op het middensegment, bevorderen van de doorstroming, het op peil brengen van de sociale voorraad, gemengde wijken en ruimte voor nieuwe woonconcepten en bewonersinitiatieven. Op veel vlakken wordt al samengewerkt aan deze speerpunten, maar het akkoord breidt die samenwerking verder uit.
Zo zijn er afspraken met corporaties en de markt dat huurders uit een corporatiewoning voorrang krijgen op een middenhuurwoning. Zo wordt verhuizen gestimuleerd en scheefwonen ingeperkt. Middenhuurprojecten worden bovendien versneld en met prioriteit ontwikkeld.
Verder wil de gemeente een passend woningaanbod binnen redelijke termijn voor alle inwoners van Utrecht, ook voor mensen die daar zelf niet in kunnen voorzien. Corporaties en zorgaanbieders gaan 385 woningen per jaar reserveren om de wachtlijsten voor kwetsbare groepen weg te werken en een nieuwe te voorkomen.
Als het allemaal verloopt zoals gepland moeten de Utrechtse wijken in 2040 35 procent sociale huur, 25 procent middensegment huur en koop en 40 procent duurdere huur en koop hebben. Dan zou de stad eindelijk in balans zijn.
Speerpunten uit woonvisie Utrecht
Sneller en meer bouwen. De groei van de stad moet de bouwproductie stimuleren.
Meer gemengde wijken. In de Utrechtse wijken moet een mix van sociale huur tot duurdere koopwoningen komen.
Doorstroming. De woningmarkt moet in beweging komen. Door gemengde projecten, verhuisketens en toename van kwalitatief goede woningen in de middencategorie moet er een betere doorstroming komen.
Passend aanbod. Er wordt gestreefd naar een passend aanbod voor alle inwoners. Ook voor de mensen die daar zelf niet in kunnen voorzien.
Duurzaamheid. De woningen moeten duurzaam worden gebouwd of duurzamer worden gemaakt. Er wordt actief ingezet op energieneutraal en het terugdringen van gasaansluitingen.

Bron: DUIC.nl